woensdag 23 maart 2016

De lente is te laat!


De lente is te laat!



Ja, ik verlang ook naar het zonnetje. Net als zovelen. De zon die met haar heerlijke warme stralen de bloemen uit de aarde doet opstijgen. De warmte die de vogels gek maakt. Zo gek dat ze al om 5 uur in de ochtend hun smeekbedes voor het vrouwvolk laten horen. En dat noemen wij lente. En o wee als ze maar een dag te laat is! Astronomisch is ze al lang begonnen. De lente is niet te laat. Wij hebben geen geduld. Mijn opa zei vroeger altijd ; “de kou moet nog uit de lucht”
Met wat geluk pakken we al wat van die dagen met weinig wind en veel zon. Zo'n eerste voorjaarsdag dat we massaal naar buiten gaan. En dat is dan niet te missen; want dat is tegenwoordig nieuws. 

Stel dat iedere dag was als die eerste voorjaarsdag. Die dag waarop je de deur open laten staan. De geuren van de aarde, het gras en de eerste bloemen komt met de zachte zuidenwind ons huis binnen. Letterlijk een verfrissend bries. Want voorjaar geeft een goed gevoel, nietwaar? Voorjaar staat toch ook een beetje voor een nieuw begin. We gaan schoonmaken, naar buiten, je ziet meer mensen lachen. Kortom we krijgen er weer zin in!

En dat is te zien in het duingebied. Zodra de lente zich aankondigt wordt het drukker. Het wordt drukker met mensen. Maar ook met dieren. Alles wordt weer actief. En dan komen, verspreid over een groot aantal weken, onze vogels ook weer terug. Slim om niet allemaal in een keer terug te vliegen. Als ze dat zouden doen zou er geen genoeg voedsel zijn en er zou een enorme strijd losbarsten onderling,  over wie waar het eerst was. Voor ons mensen is het niet veel anders. Ook wij moeten, zeker in het voorjaar, hard werken om ‘ons plekje’ te veroveren in het duin. Want in tegenstelling tot de vogels komen wij wel met z’n allen terug.

Voor onze gevederde vrienden is de periode van nog harder werken aangebroken. Velen van hen hebben er een reis van duizenden kilometers opzitten. En ieder jaar weten ze gewoon weer hetzelfde stukje natuur te vinden. Daar waar ze zelf groot gebracht zijn. En daar waar ze dit jaar zelf hun kroost gaan groot brengen. Geen enkele hinder van wat voor kalender dan ook. Het enig wat telt voor onze zomergasten is de temperatuur en daglengte. Stelt u zich eens voor…. Nooit meer een wekker. In de winter naar een ver en warm land. En dan precies op tijd weer terug als de lente begint. Nooit meer te laat! Want als de lente begint, begint ze altijd op tijd.



vrijdag 5 februari 2016

De concurrentiestrijd in het duin.



Planten kunnen zich beter aan het veranderende duin aanpassen dan de bezoekers.

Grofweg genomen ligt het duin van Zuid naar Noord en is het duin van Oost naar West ontstaan.  Dit betekent dat een zuidhelling van het duin, zeker in de zomer, in de brandende zon ligt en de noordhelling voor een groot deel van de dag in de schaduw. Dit brengt nog een ander fenomeen met zich mee ; de bijna woestijnachtige omstandigheden. De temperatuur op zo’n zuidhelling kan met gemak naar 50 graden stijgen in de zomer. De noordzijde daarentegen zal ‘koel’ blijven en haalt dan net de 30 graden.

Voor dit soort extreme groeiomstandigheden hebben de typische duinsoorten overlevingsstrategieën ontwikkelt. Let er maar eens op hoeveel duinplanten grijsbladig zijn, vaak bedekt met fijne haartjes. Grijs blad verdampt minder water en voorkomt zo dat de plant verdroogt. De haartjes zorgen voor schaduw en laten het blad afkoelen. Ik zal hier nog wel een keer een volledig blog aan wijden.

Ik heb u hierboven laten lezen hoe makkelijk het kan zijn om in het duin te ‘overleven’. Het vergt natuurlijk wel het een en ander aan aanpassingsvermogen in de toenemende recreatiedruk in het duin. Daar waar je vroeger, lees 20 jaar geleden, nog echt het duin voor jezelf kon hebben, moet je het vandaag de dag delen met mensen die niet eens uit jouw dorp komen.

Net als bij de planten zie ik ook bij onze bezoekers een soort van concurrentiestrijd ontstaan. Ik kom hier voor mijn rust, nee ik niet, ik werk hier. U komt hier voor rust en ontspanning en genieten van de natuur en de ruimte, tenminste dat is wat u mij vertelt als ik daarna vraag tijdens excursies. Maar ik hoor ook de klachten en zelfs de onderlinge scheldpartijen op zeer drukke dagen. Dan is er van die rust weinig te merken.

En juist op die drukke dagen  is het soms vechten om elke m2 pad. We willen allemaal wat anders van het duin. Een wandeling met familie, een fietstocht, een speurtocht, lekker sporten en of dat nu hardlopen mtb’en of bootcamp is, het is gewoon leuk om buiten te sporten. En ja, onze vrije tijd valt nu eenmaal voor de meesten van ons vrijwel gelijk. En dan gaan we met z’n allen naar het duin!

Er is ook een toenemende groep mensen die zich weet aan te passen. Ze zijn er niet langer op zondagochtend of middag maar pakken de zaterdag. Steeds meer mensen gaan pas na 10:30 opdat ze dat geen fietser meer tegenkomen op de onverharde paden of kiezen juist voor een andere duiningang. Kortom een steeds grotere groep is zich aan het aanpassen. Nee, niet aan de natuur. Maar wel aan de maatschappij. Blijft u vooral genieten, zorgen wij wel dat de natuur er blijft!
Koningskaars, uitstekend aangepast aan de extreme omstandigheden in het duin

zaterdag 12 december 2015

De opsporingsambtenaar uit Amersfoort

Lang geleden, ergens tussen weilanden, bos en beek, leefde een kleine jongen. Iedere dag speelde hij buiten, bouwde hutten, ging vissen, zocht naar vogelnesten en speelde verstoppertje. Hij mijmerde over hoe hij later boswachter zou worden en in zo’n klein boswachtershuisje zou gaan wonen met witte muren, rode dakpannen en groene luiken. Geen bel bij de voordeur. Als je hem nodig had riep je gewoon maar ‘Volluuuuuk!’ En dan kon je zo naar binnen en aanschuiven aan de donderbruine keukentafel die uitzicht bood op de vogels die vrij af en aan vlogen: bonte specht, kuifmees, merel, koolmees en winterkoning. En dan ineens komt vanuit de bosrand een ree met haar kalfje aanlopen. Het zonnetje maakt er een euforisch Bambimoment van. Precies op dat moment klinkt er een harde knal!

Ik schrik wakker, klik het licht aan en zit rechtop in mijn bed. Een bloempot ligt in gruzelementen op de vloer. Erachter wapperen de gordijnen voor het open raam. Ik kijk op de klok. Ik kan net zo goed opstaan, dan kan ik me nog even voorbereiden op mijn examen. Ik zet mezelf aan mijn doorleefde keukentafel en begin te lezen over de combibon invulinstructie, oftewel het schrijven en verwerken van een bekeuring. Belangrijk is dat ik op het examen de cruciale punten niet vergeet in te vullen. Gewoon een kwestie van afstrepen: naam, geboorteplaats, woonplaats, postcode en natuurlijk het feit waarop bekeurd wordt. Vooraf een toneelstukje om het bekeuren te oefenen. ‘Goedemorgen, ik ben buitengewoon opsporingsambtenaar van de gemeente Amersfoort en ik zie dat u een blikje op de grond gooit. U krijgt daarvoor een bekeuring. Mag ik uw identiteitsbewijs even inzien?’ Dat stukje zit er wel ingestampt. 

Het examen duurt 35 minuten. En zowaar, de acteur komt binnen lopen en gooit een blikje achteloos op de grond, terwijl in het kleine kantoortje ook een prullenbak staat. Nu komt het er op aan. Resoluut steek ik mijn hand uit en zeg: “Goedemiddag, mijn naam is Evert-Jan Woudsma. Ik ben buitengewoon opsporingsambtenaar van de gemeente Amersfoort.” Ook de rest van het examen gaat goed en vijf dagen later krijg ik de verlossende voldoende. Ik ben gediplomeerd buitengewoon opsporingsambtenaar. 

Terug in het duin gaat alles gewoon door. Bomen zagen. Onderhoud wegen en paden. En natuurlijk ook de rondjes toezicht. Die zondag is het gezellig druk in het duin. Mensen houden zich keurig aan de regels en zo blijft het sfeertje wat we graag zien, lekker ontspannen een frisse neus halen in de natuur, aanwezig op deze zonnige zondag. Helaas is er toch iemand die zich daar niet zoveel van aan lijkt te trekken. Met de riem in zijn hand en de hond die er aan vast hoort struint ergens in het open duin. Resoluut loop de boswachter er op af en zegt; “Goedemiddag ik ben de boswachter van de gemeente Amersfoort…? !..” Ach, gelukkig kan ik me te allen tijde legitimeren!

Tijdens het avondeten staar ik naar buiten en zie de Grote bonte specht genieten van het vogelparadijsje in mijn tuin. Moe, maar voldaan besluit ik lekker op tijd mijn nest in te duiken. Eerst nog even het handboek voor de buitengewoon opsporingsambtenaar onder mijn kussen vandaan halen. Want morgen ben ik weer gewoon boswachter.






dinsdag 10 november 2015


Kappen nou!


O dennenboom, o dennenboom… En nu denkt u: wat zijn je takken wonderschoon? Jaren lang was dat zo. Maar helaas, vandaag de dag niet meer. Dat komt door de honingzwam. “Die tast toch alleen zieke bomen aan?”, hoor ik u zeggen. Dat klopt. Laat mij u daarom meenemen naar de vooroorlogse jaren in het Noordhollands Duinreservaat.

Een mooie zomerdag, boven op een duintop. Het duingebied reikt tot waar u kijken kunt. Her en der wordt stuivend zand door helmgras vastgelegd en mensen werken er op landjes en tuintjes met vee of met kwekerijtjes van bollen, aardbeien en rabarber. Wellicht rijdt er in die tijd ook nog wel een schelpenkar om de schelpen op het strand te verzamelen voor kalkwinning.

In Limburg daarentegen werken ze ondergronds, in de mijnen waar steenkool wordt gewonnen. Steenkool is de brandstof van de toekomst, om u en uw familie lekker warm te houden bij uw kachel die brandt op dit zwarte gesteente. Het kost menig leven om dit zwarte goud boven de grond te krijgen. Tot iemand ontdekt dat stutpalen van dennenhout kraken zodra een mijn dreigt in te storten. De dennenboom blijkt een natuurlijk levens-besparend alarm.

Mijnhout moet er dus komen. Van dennen. En veel. En dus worden er rond de jaren ’30 dennenbossen geplant in heel Nederland, ook in het duingebied. Handig, want op die manier kan men meteen het stuivende zand tot bedaren brengen. Vanwege de crisis wordt je in die tijd tewerk gesteld en hebt maar te luisteren naar de opdrachtgever. “Jij gaat dennen planten in het duin!” Moet u zich voorstellen:  zodra je een gat wil spitten in dat stuivende zand, zakt het meteen weer dicht. En dat met zo’n lange penwortel van die den. Om het makkelijker te maken snijden de arbeiders die lange penwortel er gewoon af, zodat ze minder diep hoeven te spitten. Dat scheelt tijd en arbeid. Goed idee, althans rond de jaren 30.

De dennen groeiden, en op sommige plekken in het duin ontstonden ook echte bossen. Het mooiste voorbeeld is te vinden in Castricum. Bij de ingang van het bezoekerscentrum De Hoep. Maar de schijn bedriegt. De dennen kunnen onvoldoende voeding uit de bodem halen doordat bij de aanplant de penwortel is verwijderd en kwijnen weg. En dus zegeviert de honingzwam in dit bosgebied.

U ziet in Castricum dus het stervende voorbeeld van wat er kan gebeuren wanneer de mens bomen aanplant op een plaats waar ze van nature niet thuis horen. Best bewerkelijk, kan ik u zeggen. Wij willen natuurlijk niet dat er een den van formaat op onze bezoekers terechtkomt. Daarom treft u regelmatig een den met een stip er op. En in de meeste gevallen zal die den tijdens uw volgende wandeling al op de grond liggen.

De situatie van het dennenbos bij De Hoep is niet uniek. Uit onderzoek blijkt dat de meeste dennenbossen in het duin er zo voor staan. Dan kun je niets doen, of het proces een handje helpen. Beide keuzes hebben hun voor- en nadelen op financieel gebied als voor de natuur. Doorslaggevend voor PWN is het lange proces van natuurlijk instorten van een dennenbos. Dit levert gevaarlijke situaties op voor bezoekers en de herstelperiode na het instorten vraagt de nodige tijd. Bij het verwijderen van percelen met dennen blijkt dat binnen een aantal jaren al natuurherstel optreedt. Op deze plekken gaan de planten weer groeien die er voor de aanplant van de dennen ook stonden.

PWN kiest er daarom voor om een groot deel van de kwijnende dennenbossen voortijdig te verwijderen, dus nog voordat de honingzwam er vat op krijgt. Dit betekent in de praktijk dat u ook komend seizoen op een aantal plekken in het duin zaagwerkzaamheden tegenkomt. PWN kondigt deze werkzaamheden duidelijk zichtbaar aan en we proberen overlast tot een minimum te beperken.

Mocht u na het lezen van dit artikel meer informatie willen omtrent de dennen, wendt u zich dan tot PWN.

Dat kan via onze website: www.pwn.nl  of telefonisch via 0900 405 07 00




vrijdag 4 september 2015

Een hoop stront in het duin


Een hoop stront in het duin



Ik zag vandaag een hoop stront in het duin. Echt zo’n enorme bult waar je niet om heen kan. Op zich niet heel bijzonder want er lopen hier ook koeien. Op die hoop stront groeiden paddenstoelen. Verschillende soorten. En dat is eigenlijk wel bijzonder. Nou nee, heel natuurlijk moet ik hier zeggen.

Ik ging dichterbij kijken en ontdekte tot mijn verbazing dat er naast de verschillende soorten paddenstoelen ook nog een aantal beestjes rondliepen. Alsof ze boodschappen aan het doen waren. Ze liepen van hot naar her. Af en toe verdwenen ze in diepe gekerfde spleten in de hoop stront om vervolgens aan de andere kant er weer uit te komen.

Wat een leven hier. De poep van de hooglander had wel een mooie structuur. Stevig. Mooie ronde vormen en duidelijk persingen zichtbaar. Hierdoor wordt deze poep als een soort opgestapelde schijven naar buiten gescheten. Dichterbij zie je duidelijk dat de poep van deze koe niet meer is dan wat zand en onverteerd plantmateriaal.  Langs de zijkant zijn al duidelijk schimmeldraden aan het werk. Bezig met verteren van de mest. Kleine knopjes duiden op vruchtlichamen. Dit worden binnen een paar dagen paddenstoelen. Paddenstoelen die van stront houden. Een eigenaardige samenwerking maar ook hier weer uitermate nuttig.

Van vroeger ken ik de koeienmest als dunne waterige poep. Makkelijk weg te schuiven in de greppel. Op te zuigen door een giertank. Om vervolgens met een enorme sproei over de wei uit rijden. Zo ging dat vroeger. Stinken! Dat mag inmiddels niet meer. De mest wordt tegenwoordig direct ingespoten in de aarde. Injecteren heet dat.

Je zal daar wonen als pier of ander beestje. Krijg je zo’n lading van die dunne niet biologische zooi over je heen. Zo door je vluchtgang je woonkamer in! Vol met allerlei vreemde stoffen waar je als bodemdiertje niet echt blij van wordt. En als schimmel maak je al helemaal geen kans. Op deze mest dus geen paddenstoelen.

Nee, dan kan je toch beter in zo’n stevig bolus in het duin wonen. Ook al is het maar tijdelijk. Want de prijs is hoog. Je mag er wonen maar de bedoeling is dat je helpt om de stront om te zetten in humus en andere bruikbare stoffen voor de aarde. Het voordeel is wel dat je geen stoffen tegenkomt die door mensen bedacht zijn. Als je dus niet door een kraai of ekster opgegeten wordt kan je na een paar weken verhuizen naar de volgende hoop stront. En dan maar hopen dat ook daar alleen maar natuurlijke restanten in zitten. Want die zijn toch het lekkerst en voor een bodemdiertje makkelijk te verteren. Eet smakelijk!

maandag 22 juni 2015


Boze ouders

 

Een van de leukste zaken die ik tegenkom in het beroep als boswachter is ongetwijfeld met kinderen de natuur in! Niet gehinderd door enige kennis gaan ze de ‘strijd’ aan met beestjes, klimbomen en brandnetels.

Rennend over het pad zonder te weten in welke richting we gaan. Ongedwongen, aangespoord door het instinct waar je als kind nog ruim voldoende uit kunt putten. Het instinct dat je als het ware dwingt om te gaan ontdekken. Wat is dit, prikt dat en vooral steeds vaker; ieeeeeeeeew!

Wat mij opvalt is dat de meeste kinderen allemaal willen rennen tijdens een wandeling. Dus ‘rennen’ we maar gewoon mee. Samen met hen alsof ze helemaal vrij zijn, zonder begeleiding recht op hun doel af. Dat is ook zo’n beetje het enige waarvoor ik mee ren. Dat doel. Wanneer ze heel even achterom kijken op een splitsing is het voldoende om mijn hand naar rechts uit te steken en daar gaan we weer!

Als een magneet worden ze aangetrokken door een eik met laaghangende takken, een prachtige kronkel en meerdere stammen. Een echte duineik. Ik noem het de fotoboom. En wis en waarachtig binnen 1 minuut staan de druktemakers klaar voor de foto. Voor de eik een paar liggend en een paar zittend, in de boom zittend en hangend en op de lange naar rechts afbuigend tak kun je zelfs staan. Niet veel tijd om foto’s te maken, we moeten door! Rennen!

Ik heb immers verteld dat we op zoek gaan naar de koeien, geiten en schapen. En ja ik leg graag uit waarom ze hier in het duin lopen, maar dat weten de kinderen al! Om gras te eten natuurlijk!

We komen aan bij het hek. Iets van teleurstelling is af te lezen op de gezichtjes. Maar dat verandert snel als ze horen dat ze, nu de boswachter erbij is, over het hek mogen. Het wordt spannend. Daar waar de groep zojuist uiteen aan het rennen was, zoeken ze nu de veiligheid bij elkaar. Een beetje geschreeuw onderling, koeiengeluiden en hard gelach moeten de angst verbloemen. We lopen voorzichtig door het gebiedje en komen aan bij het water. In de verte hebben we de koeien gezien! Een golf van opwinding gaat door de groep, net zo snel als de verzadiging, nu ze eenmaal deze beesten hebben gezien. Het gaat snel in 2015 met een schoolklas uit Amsterdam Zuidoost.

De geur van Munt langs de waterkant bereikt mijn neus. Ik bedenk dat dit leuk is om mee te nemen naar de grote stad. Een natuurbeleving die via je neus binnen komt, blijft namelijk bij je! De geur van Munt brengt mij onmiddellijk terug naar mijn eigen visstek van vroeger toen ik kind was.  Mijn besluit om deze natuurbeleving mee te geven, pakt echter heel anders uit. De bedoeling is om de kinderen het heerlijk geurende plantje zelf te laten ontdekken. Daarvoor lopen we langs de poel op het gedeelte waar geen water is maar het ook niet droog is. Daar groeit de Munt. En als je er door heen loopt….., u snapt me wel.

Op het moment dat de eerste kinderen langs de poel gaan lopen komt de juffrouw aangerend. Ze vraagt aan me of we op het droge gedeelte mogen lopen. Enigszins verbaast leg ik uit wat de bedoeling is. Dan zegt ze :’Ik begrijp het en sta er ook achter maar ik krijg boze ouders als hun schoenen of kleding vies worden’. Misschien moet ik een keer gaan wandelen in Amsterdam Zuidoost?